“
We reden over een smalle weg waar maar geen einde aan kwam; er stonden een paar naaldbomen, maar alle andere bomen waren kaal en toen opeens keek ik door het autoraam mijn ogen uit. Aan weerszijden van de weg lag de oceaan, maar ik had nooit eerder een oceaan als deze gezien. Zelfs met deze bewolkte hemel scheen hij me onwaarschijnlijk mooi toe; er was geen strand te bekennen, enkel donkergrijze en donkerbruine rotsen en puntige naaldbomen die pal op de rotsachtige richels leken te groeien. Donkergroen water klotste over de rotsen en er kronkelde zeewier met een goudbruine, haast diepkoperen tint over de rotsen waar het donkergroene water opspatte. De rest van de oceaan was donkergrijs en verder van de kust af waren er piepkleine schuimkoppen zichtbaar; een enorm weids oppervlak van water en hemel. We gingen een bocht om en daar lag een baaitje vol kreeftenvissersbootjes; er leek zoveel hemel te zijn, met al die bootjes die in dat baaitje dobberden, allemaal met hun neus dezelfde kant op en daarachter de open oceaan – en eerlijk waar, ik vond het schitterend. Ik dacht: dit is de zéé! Het was als een vreemd land voor me. Behalve dat vreemde plekken me om eerlijk te zijn altijd beangstigen. Ik houd van plekken die vertrouwd zijn.
”
Wanneer de wereld begin 2020 in paniek in lockdown gaat, wordt Lucy Barton losgerukt uit haar ordelijke schrijversleventje in Manhattan en neemt haar ex-man William, met wie ze nog vaak contact heeft, haar op sleeptouw naar een klein stadje in Maine. De daaropvolgende maanden zijn Lucy en William ondanks het ingewikkelde verleden dat ze delen op elkaar aangewezen, in een huisje aan de kolkende, grauwe zee, terwijl de wereld ten onder lijkt te gaan.
Over Lucy aan zee:
‘Strout schept opnieuw fenomenaal een kleine wereld, via onverwachte ontmoetingen en schijnbaar weinigzeggende observaties’ – NRC (vier ballen)
‘Roman nummer 3 pakt het verhaal min of meer op het punt waar Strout/Lucy in de vorige gebleven was. Veel is heerlijk vertrouwd, te beginnen met die volstrekt natuurlijk klinkende vertelstem die schrijfster Ann Patchett ooit deed verzuchten dat ze er zó sterk in geloofde dat ze vergat dat ze een verhaal aan het lezen was.’ – Het Parool
‘Mooi beschrijft Strout het ‘onderwatergevoel’ waaronder Lucy lijdt. Alsof de ramp die zich in de buitenwereld voltrekt niet echt gebeurt. Even herkenbaar: ‘Ik kwam de dagen door met… ik weet niet hoe ik ze doorkwam.’ […] Intussen gaat het leven door, zoals dat heet, de pandemie ten spijt. Overspel, verzoening, kanker, miskramen – aan opwindende gebeurtenissen geen gebrek in Lucy aan zee. Maar op haar best is Strout toch in haar kleine observaties.’ – De Volkskrant (vier sterren)
‘[…] Lucy is op haar best als ze haar irritaties, en haar liefde, de vrije loop laat – dat is dat schrijven ‘met een open hart’. En zo komt het dat zelfs zonder stuwend plot […] Lucy aan zee een diepmenselijke ondertoon heeft. Haar gesprekken met haar dochters zijn gaandeweg gek ontroerend. Lucy zit thuis, wil helpen, maar kan niets doen. Lucy aan zee is zo een zachte studie in de condition quarantaine.’ – De Groene Amsterdammer

